Dit boek is een zacht drempeltje waar jij mag zitten met een kopje warmte in je handen. Gewoon even hier zijn.Je mag ademhalen, zijn, en voelen dat alles wat je bent welkom is. Niet om te veranderen, maar om te omarmen.

In deze video vertel ik waarom ik dit boek schreef en wat ik je toewens terwijl je het leest.Ik nodig je uit om een moment te nemen, dit boek te openen, en gewoon te zijn. Verdwaald, verloren, precies waar je moet zijn.
"Liefde, zachtheid, erkenning. Een boekje dat je nodig hebt. Vol hoop. Wijsheid en warmte, deze keer niet in een schema ‘hoe je het allemaal moet doen’, maar in een verhaal waardoor het zachtjes binnensluipt in je hart en je weer vol liefde stroomt.”
– Inge Christiaensen“Lyssa's woorden vloeien langzaam mijn lichaam binnen. Ik voel dat ik de tijd heb om te lezen, om linken te maken, om te mijmeren, om stil te zijn. Net wat ik op dit moment nodig had. Ik lees herkenning, erkenning, ik lees vertrouwen en adem rustig. Ik vertrouw, het komt goed. Je hoeft niet alles te weten.”
– Nele De Rijck
Klik op de pijl hieronder om een fragment te lezen
uit 'Waar het licht zacht landt'.


Ik worstelde met het niet weten, het vertragen, het stille moment. Dit boek is voor die momenten – met vieze sokken, een aanrecht vol afwas, een f#€k it.Lamalos dus. Laat maar los. Geen handleiding, geen verplichtingen. Alleen wat diepe woorden die je verwarmen precies waar het nodig is.
Een klein moment van zachtheid en inspiratie, direct bij jou thuis.

Even zitten. Ademen. Zijn.
In mijn hart maakt de tiener het heel gezellig en ze wil vieren dat ze nog leeft, maar er is nu ook de jonge vrouw in mij. Zij is rustiger, stiller, en voelt zich alleen en verdrietig. Vaak ligt ze in bed; een haven van stilte waar de dagen zachtjes door haar heen sijpelen.
‘Ik vind je indrukwekkend,’ zeg ik terwijl ik me naast haar leg.
Het bed is een veilige cocon waar ze opnieuw kracht verzamelt. Ze ruikt naar zout zweet, vanille en oud katoen. De geur van iemand die volhoudt. Ze is halverwege de dertig en heeft zichzelf opnieuw uitgevonden, haar authenticiteit geheeld en haar gouden kern gevonden.
‘Dank je,’ zegt ze verlegen. Ze drinkt een grote slok lauwe cacao en zet de kop terug op het houten dienblad naast haar. Ze knipt in tijdschriften: warme tinten, zinnetjes die iets raken. Langzaam ontstaat een collage vol dromen voor morgen.
‘Ik ben zo moe,’ zegt ze.
‘Dat begrijp ik wel. Het was intens, die reis naar onze gouden kern. Helemaal in je eentje, en dan die turbulentie, met krokodillen, begrafenissen ...’
‘Die krokodil, dat was wel wat. En dan de regenboog.’
‘Ja,’ zeg ik, ‘maar er waren ook de breuken en de haperingen. Je bent zo ontzettend moedig geweest. Zo vaak ben jij over een drempel heen geraakt, terwijl niemand stond te juichen. Niemand die het echt begreep. Soms integendeel zelfs.’
Ze steekt zonder overtuiging haar vuist in de lucht. ‘Yay,’ zegt ze.
‘Ik vier jou, lief.’ Ik strooi snippertjes tijdschrift in de lucht. ‘Je bent geweldig.’
‘Op een dag vieren we een echt feestje. Met een hele hoop mensen.’
Ze verlangt naar verbinding, maar het lukt nog niet. Niet echt. En dat doet pijn. Ze ligt soms dagenlang op de bank, haar benen verstrengeld in dekens, haar adem traag als regen die omlaag glijdt langs het raam. Ze kijkt naar de skateboarden van de tiener, onder de kast.
‘Vandaag voel ik geen balans.’ Dus de borden blijven liggen.
Dan weer zit ze in de zon in haar tuintje. ‘Jij bent mijn lievelings,’ fluistert ze tegen Wolf, haar oude ladypoes, die zich wast tussen potten vol planten. De jonge vrouw eet verse aardbeien met slagroom, en likt haar vingers af terwijl ze kijkt naar hoe de bijtjes in bloemen tuimelen. Aan een schim uit haar verleden vraagt ze:
‘Mag ik er zijn? Mag ik iets doms zeggen? Iets dat wellicht te eerlijk is?’ De schim kijkt naar haar, vol gevoelens, maar zonder woorden. ‘Word je dan niet boos? Ga je dan niet weg?’ Wolf komt een kopje geven, en de schim verdwijnt. De lavendel beweegt een beetje in de wind. Ik ben bij de jonge vrouw en heb haar lief, maar ik weet nog niet hoe ik haar kan helpen.
Binnen draagt ze veel te lang dezelfde trui, maar buiten ziet ze er verzorgd uit. Met zonnebril, pet en oor-tjes in zorgt ze dat niemand haar aanspreekt, terwijl ze eigenlijk ook wel graag mensen zou willen leren kennen. Misschien. Mensen die soep brengen en gewoon blijven. Een filmavond in grote truien, met popcorn en chips en gemberlimonade. Geen gesprekken vol ruis, maar afgestemde aanwezigheid. Arm in arm zitten op het strand, schelpen rapen zoals vroeger. Echt, eerlijk, samen.
‘Ik hou van jou, liefje,’ zegt ze tegen haar spiegelbeeld, tot vervelens toe. ‘Ik hou echt van jou, en op een dag zullen ze er zijn, jouw mensen.’
In haar fantasie zegt ze tegen een geliefde: ‘Als ik boos ben, hou me vast. Als ik huil, hou me vast. En als ik zeg dat ik pijn heb, vraag dan: waar? En aai me. Fluister iets liefs tegen mijn hart.’